Een tandwiel dat dag in dag uit draait onder wisselende belasting. Een glijlager dat schokken opvangt zonder in te boeten op levensduur. Een machineonderdeel dat het net iets warmer krijgt dan je materiaal aankan. Wie voor polyamide kiest, staat vroeg of laat voor dezelfde vraag: wordt het PA6 of PA6.6? Ze lijken sterk op elkaar, maar het verschil in stijfheid, sterkte en hittebestendigheid bepaalt vaak of een onderdeel jarenlang betrouwbaar draait of te vroeg faalt.
De kunst is niet zomaar naar “nylon” grijpen, maar herkennen hoeveel mechanische en thermische reserve jouw toepassing echt nodig heeft. Deze pagina zet beide types scherp naast elkaar.
In dit artikel leer je:
PA6 en PA6.6 zijn beide semi-kristallijne engineering plastics uit de polyamidefamilie (nylon), met hoge taaiheid, sterke slijtvastheid en goede demping. PA6 is de veelzijdige standaardkeuze met een smeltpunt van circa 220 °C; PA6.6 biedt een hogere stijfheid, sterkte en hittebestendigheid, met een smeltpunt van circa 260 °C. Beide delen dezelfde variabele: ze nemen vocht op uit de omgeving, wat de maatvoering en de mechanische eigenschappen beïnvloedt.
Beide types zitten in het middensegment van de kunststofdriehoek: engineering plastics die structurele en bewegende functies dragen tegen een redelijke kostprijs. Als semi-kristallijne kunststoffen hebben ze deels geordende ketens, wat zorgt voor stijfheid, hardheid en een scherp gedefinieerd smeltpunt.
Waar de PA-basispagina het gedeelde kernprofiel van polyamide behandelt — taaiheid, slijtvastheid en de invloed van vochtopname — zoomt deze pagina in op het onderscheid tussen de twee types. Want je neemt niet zomaar een polyamide; voor jouw belasting neem je het juiste type.
Beide types delen hetzelfde kernprofiel, maar verschillen op enkele beslissende assen. Behandel de onderstaande waarden als indicatief; de exacte cijfers hangen af van type en leverancier en toets je altijd aan de datasheet.
Dit is het scherpste onderscheid. PA6 smelt rond circa 220 °C, PA6.6 rond circa 260 °C. Dat verschil van bijna 40 °C vertaalt zich naar een hogere continue gebruikstemperatuur en meer thermische reserve bij PA6.6. Werkt je onderdeel in de buurt van zijn thermische grens, dan geeft PA6.6 net de marge die het verschil maakt tussen betrouwbare werking en vervorming.
PA6.6 is stijver en sterker dan PA6. Voor onderdelen onder hogere mechanische belasting — zwaar belaste tandwielen, structurele delen — levert die extra stijfheid een direct voordeel. PA6 blijft echter uitstekend gebalanceerd: taai, slijtvast en sterk genoeg voor het overgrote deel van de courante machinebouwtoepassingen.
Op taaiheid en dempingsgedrag liggen beide types dicht bij elkaar. Ze absorberen schokken en trillingen uitstekend zonder te breken. Precies die veerkracht maakt polyamide tot de referentie voor bewegende onderdelen onder dynamische, cyclische belasting — ongeacht welk type je kiest.
Dit is de eigenschap die je bij beide types vanaf het ontwerp meeneemt. PA6 en PA6.6 nemen allebei merkbaar vocht op uit de omgeving, waardoor het materiaal licht uitzet en de maatvoering verschuift. Het vochtopnameprofiel is voor beide vergelijkbaar. Je kiest PA6.6 dus niet om de vochtgevoeligheid te omzeilen, maar wanneer je extra stijfheid, sterkte en warmtereserve nodig hebt.
| Eigenschap | PA6 (indicatief) | PA6.6 (indicatief) |
|---|---|---|
| Smeltpunt | ± 220 °C | ± 260 °C |
| Stijfheid | Hoog | Hoger |
| Sterkte | Hoog | Hoger |
| Hittebestendigheid | Goed | Beter |
| Taaiheid en demping | Zeer goed | Zeer goed |
| Vochtopname | Relatief hoog | Relatief hoog (vergelijkbaar) |
| Slijtvastheid | Hoog | Hoger |
| Slagvastheid | Beter | Goed |
| Verspaanbaarheid | Uitstekend | Zeer goed |
De juiste keuze volgt rechtstreeks uit de mechanische en thermische reserve die je toepassing vraagt. Herken je een van deze scenario’s, dan wijst dat richting een specifiek type.
Kies PA6 wanneer:
Kies PA6.6 wanneer:
Werk je nu met PA6 en loopt het mis? Dan zijn dit de signalen dat een overstap naar PA6.6 zinvol is:
Let wel: geen van beide types omzeilt de vochtopname. Moet je onderdeel nauwe toleranties behouden in een vochtige omgeving, dan kijk je naar een maatvaster materiaal met lage vochtopname, zoals POM. Het doel is niet de hoogste prestatie op één as, maar de juiste balans voor jouw belasting, omgeving en levensduur.
Een goede materiaalkeuze wijst geen absolute winnaar aan, maar toont welk type past bij jouw specifieke afweging. Beide vertrekken vanuit hetzelfde beproefde polyamideprofiel — taai, slijtvast en dempend — en verschuiven op stijfheid, sterkte en hittebestendigheid.
PA6 is de veelzijdige allrounder: uitstekend gebalanceerd op taaiheid, slijtvastheid en verspaanbaarheid, met een smeltpunt van circa 220 °C. Het is de logische basiskeuze voor het gros van de mechanische onderdelen. PA6.6 gaat op stijfheid, sterkte en hittebestendigheid een duidelijke stap verder, met een smeltpunt van circa 260 °C. Die reserve maakt het de keuze voor onderdelen onder hogere mechanische of thermische belasting.
Kort samengevat: kies PA6 voor de brede, gebalanceerde standaard, kies PA6.6 wanneer stijfheid, sterkte en warmtereserve doorslaggevend worden. Speelt de keuze tussen polyamide en een maatvaster alternatief, bekijk dan de afweging op PA vs POM.
PA6 en PA6.6 zijn geen alleskunners, en juist die eerlijkheid helpt je de juiste keuze maken. Twee grenzen neem je bij beide types vanaf het ontwerp mee:
Ken je deze grenzen, dan zet je polyamide precies daar in waar het uitblinkt: taaie, slijtvaste bewegende onderdelen onder dynamische belasting.
Beide types laten zich uitstekend verspanen — zagen, frezen, draaien en boren verlopen vlot — maar één verwerkingsstap verdient bij allebei extra aandacht: vochtconditionering. Omdat polyamide vocht opneemt, kan het materiaal tijdens en na bewerking licht van maat veranderen. Voor precisiewerk conditioneer je het materiaal daarom vóór verspaning naar het verwachte vochtevenwicht van de gebruiksomgeving. Zo borg je dat de toleranties na montage kloppen en behouden blijven — een stap die het verschil maakt tussen een onderdeel dat past en een onderdeel dat wegloopt.
Typische toepassingen zijn voor beide types vergelijkbaar; het type dat je kiest, hangt af van de belasting en temperatuur:
Je vindt beide polyamides daardoor terug in vrijwel elke sector waar bewegende onderdelen schokken opvangen en betrouwbaar blijven presteren — van aandrijftechniek tot machinebouw.
PA6 en PA6.6 delen het beste van polyamide: hoge taaiheid, sterke slijtvastheid en goede demping voor bewegende mechanische onderdelen. Het verschil zit in de reserve. PA6 is de veelzijdige standaard met een smeltpunt van circa 220 °C, ruim voldoende voor het gros van de toepassingen. PA6.6 gaat op stijfheid, sterkte en hittebestendigheid een stap verder, met een smeltpunt van circa 260 °C, en is daarmee de keuze voor onderdelen onder hogere mechanische of thermische belasting. Houd bij beide één variabele scherp in het oog — de vochtopname — en je haalt het maximale uit je keuze. Kunststof is geen kunststof; voor jouw belasting neem je het juiste type.
Wil je zeker weten welk polyamide past bij jouw onderdeel? Bekijk het overzicht op de pillar page industriële kunststoffen, de engineering plastics sub-pillar en de PA-basispagina, of leg je vraag direct aan ons voor.
Twijfel je tussen PA6 en PA6.6? Vraag advies — De experts van Igepa Industrial Plastics denken graag met je mee. Want materials matter.